Algemene Ouderdomswet (AOW)

Filter op thema's

Algemene Ouderdomswet (AOW)

De AOW kent haar oorsprong in 1957. Dit ouderdomspensioen werd in dat jaar uitgekeerd aan 738.693 mensen. Eind 2016 ontvingen bijna 3,4 miljoen mensen maandelijks het AOW-pensioen. De hoogte van het pensioen wordt bepaald door het aantal jaren dat iemand in Nederland verzekerd is geweest, plus het feit of iemand alleenstaand of gehuwd is. Per jaar dat iemand in Nederland verzekerd is geweest, wordt twee procent AOW-pensioen opgebouwd. Alleenstaanden ontvangen maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Is iemand gehuwd of samenwonend, dan ontvangt hij of zij maximaal 50% van het wettelijk minimumloon.

Leeftijdsverhoging AOW

Bij de introductie in 1957 is de leeftijd van 65 jaar vastgesteld als pensioengerechtigde leeftijd. Sinds januari 2013 is de wetgeving aangepast en gaat de AOW-leeftijd omhoog. Met ingang van 1 januari 2016 is de pensioengerechtigde leeftijd gestegen met drie maanden (Wet verhoging AOW- en pensioenrechtleeftijd) naar de 65-ste verjaardag plus zes maanden. In oktober 2016 is bekend geworden dat de AOW-leeftijd in 2022 toeneemt naar 67 jaar plus 3 maanden. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in juli 2016 een aantal uitspraken gedaan over de verhoging van de AOW-leeftijd. De CRvB is van oordeel dat de verhoging van de AOW-leeftijd in het algemeen gerechtvaardigd en proportioneel is. In individuele gevallen kan echter sprake zijn van een onevenredig zware last. De SVB moet dit op basis van een individueel feitenonderzoek beoordelen. Omdat niet iedereen zich heeft kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd, kunnen burgers in sommige situaties aanspraak maken op de Overbruggingsregeling AOW.

Overbruggingsregeling AOW (OBR)

De Overbruggingsregeling is ingevoerd om mensen in een kwetsbare financiële positie te compenseren voor het zogenaamde AOW-gat, de periode tussen de 65-ste verjaardag en de nieuwe AOW-ingangsdatum. Lees hier meer over de OBR.

Gekorte pensioenen en de AIO

In de afgelopen jaren nam het aantal gekorte pensioenen toe doordat meer mensen op latere leeftijd in Nederland komen wonen en dus geen 50 jaar lang, 2% AOW-pensioen per jaar opbouwen. Ook komt het vaker voor dat mensen (tijdelijk) wonen en werken in het buitenland. Soms leidt dat ertoe dat mensen – met een klein AOW-pensioen en geen aanvullend pensioen – onder de bijstandsnorm uitkomen. Zij kunnen dan recht hebben op een AIO-voorziening, die de SVB ook uitkeert.

Aantal mensen dat geen volledig AOW-pensioen heeft opgebouwd.

Herziening partnertoeslag in verband met afkoop pensioen

Als klanten in 2013 en 2014 een afkoop van een klein pensioen ontvingen, dan was dat een gevolg van het feit dat de AOW-partnertoeslag (gedeeltelijk) werd ingehouden. De staatssecretaris van SZW heeft de SVB in februari 2016 verzocht om deze inhoudingen, uit coulance, ongedaan te maken. De SVB heeft deze actie voor 1 april 2016 afgerond. Gebleken is dat ook in 2015 in 232 gevallen een afgekocht pensioen gekort is op de AOW-partnertoeslag, Anw of OBR. Ook deze situatie is hersteld. Inmiddels is de gegevensuitwisseling met de polisadministratie aangepast, zodat afkoop achteraf kan worden herkend. Een verlaging van de uitkering vanwege een afkoopsom is niet te voorkomen, maar wordt achteraf door de SVB geautomatiseerd hersteld.

Kostendelersnorm

De invoering van de kostendelersnorm in de AOW is vooralsnog uitgesteld naar 1 januari 2019. Het voorstel voor de kostendelersnorm in de AOW houdt in dat als er sprake is van kostendeling (twee of meer volwassen personen verblijven in dezelfde woning) het AOW-pensioen in stappen wordt verlaagd naar een uitkering ter hoogte van 50 procent van het minimumloon.

Wetsvoorstel wijziging AOW voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen

Door staatssecretaris Klijnsma is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend met als doel een uitzondering te maken op de exportbeperking AOW voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen als zij in niet-verdragslanden (gaan) wonen. Het wetsvoorstel voorziet in inwerkingtreding van de wet met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016. Op verzoek van de staatssecretaris anticipeert de SVB op de parlementaire goedkeuring en de inwerkingtreding van de wet. De desbetreffende pensioenen zijn daarom met ingang van 1 januari 2016 herzien.

Uitgaven

De AOW begon als een bodempensioen. Van dat bodempensioen konden de AOW-gerechtigden nauwelijks rondkomen. Vijf jaar na de invoering ging de AOW daarom 15% omhoog, en in 1965 werd het AOW-pensioen opgetrokken tot het sociaal minimum. Dat is nog steeds het geval. In 2016 ontvangt een alleenstaande € 1.081 per maand en ontvangen 2 gehuwden samen € 1.490 per maand.

Steeds langer recht op AOW

Als samenleving moet er steeds meer geld worden opgebracht om te blijven voorzien in een AOW-pensioen. Niet alleen komen er steeds meer AOW’ers, gemiddeld leven mensen ook veel langer.

Lees ook: “De ontwikkeling van de AOW-uitgaven van 1957 t/m 2050"

AOW-gerechtigden naar leeftijd (2002-2016)

AOW in het buitenland

In 2016 ontvingen 338.084 mensen hun AOW-pensioen in het buitenland. Als iemand woont in een land waarmee Nederland een verdrag op het gebied van de sociale zekerheid heeft afgesloten of in een land woont waar de Europese Verordeningen worden toegepast, dan is het AOW-pensioen even hoog als wanneer de klant in Nederland woont. Woont iemand echter in een land waarmee geen sociaal zekerheidsverdrag is afgesloten, dan wordt er maximaal vijftig procent van het wettelijk minimumloon uitgekeerd. Ook als iemand ongehuwd is.

Top 15 AOW-uitkeringen buitenland (ultimo 2016)

Woonland

Aantal

 

ultimo 2016

België

66.845

Spanje

46.758

Duitsland

46.581

Turkije

23.665

Verenigde Staten van Amerika

17.059

Canada

14.758

Frankrijk

13.469

Australië

13.318

Marokko

12.797

Groot-Brittannië

11.455

Italië

7.347

Zwitserland

5.506

Portugal

5.104

Curacao

4.746

Nieuw-Zeeland

4.510

Met een aantal landen zijn in 2016 nieuwe afspraken gemaakt over de inhoud van het sociaal zekerheidsverdrag.

Het percentage gekorte AOW-pensioenen stijgt nog steeds:

Totaal in cijfers:

  1. 2005: 2.553.542

  2. 2010: 2.881.335

  3. 2015: 3.371.258

  4. 2016: 3.397.634

Gekort in percentages:

  1. 2005: 15,2%

  2. 2010: 17, 9%

  3. 2015: 18,82%

  4. 2016: 18,9%